Mail van Mike 15: Bergweggetjes
Dinsdag 28 juni 2011 - Het leuke van fietsen in een nieuwe omgeving is het ontdekken van nieuwe wegen en routes. Midden in de bergen zijn er natuurlijk genoeg mogelijkheden om te klimmen. Vooral in het begin ging ik elk weggetje in dat ik maar kon vinden. Soms kwam ik na 200 meter al op het einde en soms ontdekte ik een schitterende klim. Wat ik altijd weer opmerkelijk vond is dat in sommige dorpjes echt de tijd heeft stil gestaan.
Dan rijd ik z’n dorpje binnen en zie ik de plaatselijke oude inwoner kijken van ‘Heh? Een wielrenner?’. De meeste van dit bergdorpjes lopen dan ook dood. Soms rijd ik wel eens door en ga ik even kijken in het dorpje. Ik verbaas mij er dan ontzettend over dat mensen daar kunnen leven. Er is werkelijk helemaal niks. Enkel een waterput en met een beetje geluk is er één café. Als ik mij dit dan dromerig zit af te vragen wordt ik meestal flink wakker geschud. De plaatselijke Rataplan, de politiehond uit de strips van Lucky Luke, ontwaakt uit zijn siësta en doet er alles aan om deze vreemdeling uit het dorp te jagen. ‘Hoe durf je, gek!’ zie ik de hond denken. Dan is het voor mij zaak om zo snel mogelijk te keren en een sprint in te zetten. Ondanks dat blaffende honden niet bijten neem ik maar geen risico.
Het ontdekken van nieuwe wegen heeft dus ook zijn nadelen. Ondertussen ben ik aardig vertrouwd met de omgeving. Ik ken de omgeving en weet op welke klim ik een bepaalde interval kan doen of welke lekker loopt of juist niet. Toch kende ik één klim dichtbij het appartement nog niet. Toen ik en mijn vriendin door Lolo werden uitgenodigd om naar Villablino te gaan kwam ik daar achter. Het was zondagavond na de driedaagse van Volta ciclista a provincia Da Coruña en wij zouden dinsdag vertrekken. In Villablino kregen wij, met Lolo voorop, een kroegentocht voorgeschoteld. Deze hadden wij nog te goed want de vorige keer kwam hij zonder afbericht doodleuk niet opdagen. Op pad gaan in Villablino gaat alsvolgt: Er zijn 14 kroegen in Villablino en bij elke kroeg neem je één corto. Een corto is een biertje maar dan een kortje. Het is als het ware een half biertje.
Aangezien ik midden in het seizoen zit haakte ik al snel af en ging over op de fris. Lolo niet en hij had het naar zijn zin. Wat gebabbeld over de ploeg, Spanje, de wereld, Nederland en de talen zoals Engels. Op deze avond kwam Lolo op het idee om Engels te gaan leren. Zodra ik hem nu zie zal ik eens kijken wat er van die plannen tot nu toe terecht is gekomen. Zoals het in Spanje hoort wordt er bij de Corto’s bij elk café tapas gereserveerd. Het leuke ervan is dat bij elk café iets anders als Tapas wordt gegeven. Alsof ze het afgesproken hebben! Wij waren niet alleen met Lolo, de vrouw van Lolo en zijn zus met partner waren ook mee. Het leuke vond ik dat er best veel verschillende cafés zijn in Villablino. Bij het ene café waan je jezelf in een best hippe tent met beetje dance-muziek en bij het andere café waande ik mijzelf in de middeleeuwen waarbij ik bang was dat het plafond elk moment naar beneden kon vallen.
Na de avond ging Lolo ons naar huis brengen. Maar niet voordat Lolo mij een nieuwe weg liet zien. Op slecht vijf minuten van mijn appartement. In het holst van de nacht zag ik wel dat deze verlaten bergweg, vol met gaten, best steil was. Lolo liet alleen het begin zien maar drukte mij op het hart om eens hier te gaan fietsen. Nou, dat heb ik geweten ook.
De dag voordat ik deze bergweg opging was het 34 graden in Spanje. Onder de hitte flink wat zweet verloren. Op die warme dag dacht ik, laat ik morgen maar vroeg opstaan en al om negen uur in de morgen vertrekken, misschien heb ik de eerste twee uur het dan niet zo idioot warm als ik een lange duurtraining ga doen richting Alto del Farrapona. Ik vroeg opgestaan om vervolgens een dik wolkendek te ontdekken in de bergen. Toch om negen uur vertrokken, ik was immers toch al wakker, om naar het Noorden te gaan via de Puerto de Somiedo op 1480 meter hoogte. Richting de Somiedo werd het donkerder en donkerder, en kouder en kouder, en natter en natter. Na de 34 graden van de dag ervoor was het nu kouder dan 17 graden in de motregen. Verderop, richting de Farrapona zag het er nog slecht uit en ik besloot om te keren.
Ik kwam een beetje op het dagelijkse traject uit tot mij de tip van Lolo weer te binnen schoot. Enkel rond Villablino was nog enigszins te doen met het weer. Ik maakte mij klaar, het eerste stuk was zeer steil, rond 10%. Maar hoe verder ik kwam hoe steiler het werd. De laatste twee kilometer van deze klim over 4,6 kilometer lopen omhoog met een gemiddelde stijgingspercentage van 15%. Gemiddeld! Maximaal schat ik rond 18%. Al kan het ook meer zijn want ik stond werkelijk stil en moest zelfs zigzaggend naar boven. Ondertussen vervloekte ik Lolo met zijn tips maar ik wilde perse naar de top. Aangezien de weg vol met scheuren en gaten zat moest er boven iets heel verlatens zijn. Ik trapte mij het apenzuur en stoempte omhoog. Dit was geen klimmen meer maar pure krachttraining op de fiets.
Na klein half uur was ik eindelijk boven, helemaal naar de klote, pijn in de rug en een ademhaling die op hol was geslagen. Ik keek wat wazig om mij heen en zag een verlaten kolen winplaats. In de bergen hier wordt nog ouderwets veel naar kolen gegraven. Het is ook niet verrassend dat Lolo deze weg kende want die is een ouderwetse kolenbeul. Daarom is hij ook zo sterk in de armen. Het werk was hier echt plots gestopt. Zo van ‘Hé, er is hier niks meer hoor. Oh oké, nou dan gaan we maar’ en de machines werden stopgezet, de werkers gingen naar beneden en nu staat boven, zonder dat dan ook ooit iemand ernaar uitkijkt, alles nog zoals het ooit was. Ondertussen werd mijn blik wat scherper. SHIT! Een hond! Rataplan! De hond zag mij en schrok ook. Alle alarmbellen ging al op rood. De hond zette meteen de sprint in en ik kon opgelucht ademhalen. Dit was wel een hele laffe waakhond.

