Mail van Mike 16: Ávila
Maandag 11 juli 2011 - Ávila. Een stad in de buurt van Madrid. Ávila, bekend om zijn oude binnenstad wat iets hoger ligt dan de rest van de stad. Een binnenstad die omringt is door kasseienwegen. Dat is wat ik ongeveer weet van Ávila. Ávila is niet zomaar een stad. Eigenlijk is het ook niet de stad of regio Ávila die zo aanspreekt. Het is het woord Avila. Avila doet wielerkenners gelijk denken aan 1999. Ávila, september 1999. De Vuelta D’España komt in de laatste week aan in Ávila.
Het grootste wielertalent ooit, mijn idool, Frank Vandenbroucke heeft grootse plannen die dag. Om de Italiaanse schone Sarah voor hem te winnen wilt VDB hier winnen. Op enkele kilometer voor de finish, op de kasseien omhoog in Avila richting de oude binnenstad, plaats de Once-renner Mikel Zarrabeitia een aanval. Leuk geprobeerd alleen wordt hij voorbij gestormd door Frank Vandenbroucke die, onder schitterend commentaar van Michel Wuyts, één van de mooiste wielermoment ooit uit de benen perst en oppermachtig naar de overwinning snelt.
Ávila staat dus in mijn geheugen gegrift. Wat Frank daarna met zijn leven heeft gedaan was niet altijd even idoolwaardig maar hij bleef altijd de held, al zeggen echte fans zoals ik: GOD.
Sommige mensen hebben plaatsen waar ze geweest moeten zijn. ‘Ik moet ooit in mijn leven naar New York’ of Rio de Janero of welke wereldstad dan ook. Ikzelf heb dat niet. Ik zie meestal wel wat op mijn pad komt. Heb geen speciale plaatsen waar ik perse naar toe wil. Maar als ik dan toch voor een plaats moet kiezen, dan is het Ávila. Laat mijn Spaanse pad nou toevallig leiden naar Avila.
Van 8 t/m 10 juli reden wij de Vuelta Ciclista Avila. Een driedaagse met op de eerste twee dagen bergritten rond Avila en op de finale dag een omloop in Avila over de kasseienwegen waar VDB zo huishield. Meer heb ik niet nodig om een goed moraal te krijgen. Het parcours was uitdagend en na een goede trainingsweek had ik drie dagen rust gehouden voor deze wedstrijd. De dag voor de start voelde de benen heel goed aan. Bijna Vanderbroeksiaans voelde zij aan. Had alles perfect uitgestippeld om vanaf nu goed te zijn voor de komende periode. Tevens zag ik aan mijzelf en de benen dat ik goed scherp stond.
Dat scherp staat heeft ook nadelen. De nacht voor de eerste etappe begon ik steken in mijn buik te krijgen en lag ik met hartslag 673 in mijn bed te zweten. Iets had mijn keihard getroffen. De lange autorit van Villablino naar Ávila probeerde ik nog veel te slapen en zo te herstellen maar het hielp niet. Tijdens de stops moest ik steenvast naar het toilet en mijn wens om in de voetsporen van mijn idool te treden werden minimaal. Om 15:45 gingen wij van start en mijn buik hield zich gelukkig even rustig. Op de fiets is de controle over de ontlasting blijkbaar groter dan als er geen inspanning wordt geleverd.
In begin van deze eerste etappe ging het veelvuldig op de kant. Ik merkte dat mijn trainingsweek goed was geweest want ik had wel macht in de benen. Alleen de rest van het lichaam wilde niet. Na 1:45 moest ik lossen op een klim en maakte rechtsomkeer naar Ávila. Er is bijna niks erger dan bij een etappewedstrijd de eerste dag al uit koers te moeten. Dat ook nog in Ávila. Verschrikkelijk. Ik wist dat ik het mentaal wel eens moeilijk zou krijgen in Spanje. Maar op dat moment heb ik wel een van mijn dieptepunten gekend. Een aantal dingen rond de ploeg, rond de omgeving waar ik in woon en mijn huisgenoten zitten mij niet altijd lekker. Als je niet lekker in het velletje zit wordt het ook moeilijker om jezelf op te laden voor de zeldzame wedstrijden die wij rijden. Want ik ben absoluut niet gelukkig met het programma wat wij rijden. Al tijdje geleden heb ik besloten dat ik volgend jaar niet meer voor Diputacíon de León actief zal zijn. Ik wil naar het Baskenland want daar zijn elk weekend wedstrijden en hoef ik mij niet steeds in training in vorm te fietsen.
Ondertussen waren wij een nacht verder maar veel verbetering in mijn fysieke toestand was er niet. Daarom zou ik de hele dag op mijn bed blijven. Met internet op de kamer kon ik de Tour kijken dus ik zou de dag wel doorkomen. Al had ik liever fit de koers gereden. Om twee uur gingen de jongens ervandoor. Ik zocht ondertussen naar een goede positie om de middag in mijn bed door te komen. Twee over twee: Juako aan de deur:,, VAMOS!!! WE GAAN!’’ ,,Vamos? Ik blijf hier hoor, ben toch ziek’’ zei ik verbaasd. ,,Ja, Javier ook en die kan absoluut niet mee. De jongens wachten op je: Venga! Rapido!’’ En weg was Juako. Schijnbaar geen discussie mogelijk. Ik wilde die jongens niet laten stikken dus kleedde mij maar om maar een dag in de auto is natuurlijk niet bevorderlijk voor het herstel.
Het zegt overigens genoeg over hoe Javier de ploeg leidt. Normaal slaat hij over omdat hij de avond ervoor gefeest heeft, alleen nu was hij echt ziek. Omdat hij ziek is moet een zieke renner maar mee om de bus te besturen en mecanicien te zijn. Aangezien ik al mentaal in een dip zat is mijn keuze hierdoor om hier niet te lang te blijven versterkt.
Tijdens de koers kon ik gelukkig fit blijven al viel ik met mijn neus in de boter. Jonathan reed lek, kreeg een wiel van Cristobal alleen na 300 meter voelde Jonathan geen rem waardoor hij weer wilde wisselen voor een wiel uit de auto. Overigens heel dom van Cristobal om zijn wiel af te staan want wij hadden auto nummer drie achter het peloton en waren drie seconden later dan Cristobal al bij Jonathan. Nu verloor Jonathan vele minuten net op begin van de eerste klim van buitencategorie en de koplopers waren weg.
Tijdens de etappe huilde verder mijn wielerhart. Want wat een mooie etappes hier. Twee klimmen van buitencategorie, beide rond 1000 meter hoogteverschil. Voor dit soort wedstrijden ben ik naar Spanje gegaan. Maar nee, ik zit met buikkrampen in de auto. Als ik dan kijk wie er vooraan rijden: Die gasten heb ik in het voorjaar het vuur aan de schenen gelegd. Daar had ik moeten rijden.
Ondertussen was onze halve ploeg uitgeschakeld. Ramon, Rodrigo en Cristobal hebben ook last van de darmen gekregen. In ons huis is dus iets mis gegaan. Na lang nadenken kan ik niet één specifieke oorzaak vinden. Het is misschien een virus dat heerst of domme pech door net iets verkeerds gegeten te hebben. Ik ben het hardst getroffen doordat ik denk iets scherper sta dan hun.
Ávila ging dus niet goed. De laatste etappe bleef alleen Jonathan over in de eerste groep. Deze omloop liep over het stuk waar Frank Vandenbroucke zijn aanval plaatst. Op een rondje van drie kilometer ging men hier steeds over. Na twintig keer over een lastige omloop met veel hoogtemeters redde Jonathan de meerdaagse van de ploeg. Hij won de laatste etappe voor de Nederlander Peter van Dijk. Fantastisch! Jonathan is na zijn terugkeer uit Nederland in bloedvorm, terwijl ik juist zoek naar mijn oude vorm sinds is terug ben.
Het was mooi om te zien al vreet het ook want wat had ik graag VDB nagedaan in koers. Helm beetje achterover, flitsende zonnebril op mijn neus, kuiten glimmend in de zon en gesoigneerde overschoentjes aan: Net als Frank Vandenbrouke knallen op hetzelfde stuk als hij. Ik weet zeker dat ik net zo hard als hem daar kon rijden. Hoe weet ik dat zo zeker? Nou, de weg waar VDB omhoog reed, daar liep deze wedstrijd naar beneden.

